| Home |
Nu de kiezer de zetels in de Tweede Kamer heeft verdeeld, moet de politiek op zoek naar een geschikte coalitieregering. In een situatie met tien partijen, zijn er 1023 mogelijke regeringssamenstellingen. Van die ruim duizend hebben er 507 een meerderheid. Veel van die coalities zijn niet erg voor de hand liggend, bijvoorbeeld een coalitie die uit alle partijen zou bestaan. De meeste aandacht zal uitgaan naar coalities waarbij alle partijen noodzakelijk zijn voor de meerderheid, de zogenaamde ‘minimal winning’ coalities. Er zijn in totaal 40 van die mogelijkheden, waarvan ik vijf voor de hand liggende opties op een rijtje heb gezet.
Mark Rutte wil een snelle formatie. In minder dan een maand moet er een nieuw kabinet staan. Andere partijen reageren voorzichtig: Alexander Pechtold wil liever dat er langer geformeerd wordt als daar een stabieler kabinet tegenover staat. Maar is er een relatie tussen de lengte van de formatie en de stabiliteit van het kabinet?
Hoe gaan de partijen scoren,wat is het effect voor de partijleiders en welke coalitie gaat er komen? Zeker is dat het politieke landschap er anders uit gaat zien!
Woensdag 9. Het staat in de agenda met een uitroepteken. Verkiezingen. Ze eindigen met een zucht. Een diepe uitgeputte zucht die uit de tenen komt. We lijken er klaar mee te zijn. Politiek moet weer de vitrine in. Weg d’rmee. We willen de bierblikken openen en op een hoorn blazen alsof we op de Afrikaanse steppe staan. ‘Ut foeballle’ begint. Dus opdonderen, alsjeblieft. Politici trekken zich straks weer terug op het pluche. God, wat zullen ze opgelucht zijn als die camera niet meer draait. Bij sommige politici denk ik vaak aan schrijvers die ineens op televisie iets moeten zeggen. Meelijwekkend. Ik zie nog een diep ongelukkige Jeroen Brouwers in een verkreukeld overhemd bij Barend & Van Dorp zitten.
Het noordoosten is hondstrouw, het zuiden wispelturig en in de ‘Vinex’ wonen de politieke consumenten. De electorale geografie van Nederland laat de enorme variatie in stemgedrag zien tussen de verschillende regio’s, gemeenten en stadswijken.
De hypotheekrenteaftrek en maagzuurremmers. Dat waren toch wel de twee grote inhoudelijke onderwerpen van de campagne tot nu toe. Moeten we maagzuurremmers wel of niet in het zorgpakket houden. En moeten we de hypotheekrenteaftrek beperken of niet. Balkenende noemt de hypotheekrenteaftrek zelfs een breekpunt.
De paarse kaart. Pechtold legde hem op tafel. Eventjes. Maar dat is niet genoeg. Hij moet nu een full house neerleggen. In het zogenaamde ‘hatseflatsen’, zoals verkiezingscampagnes zijn verworden, moet je iets anders doen. Iets groters. Alexander kan dat nu doen! Maar dan moet hij wel doorknallen. In beeld blijven. Het gaat namelijk om de zwarte aas. Dat is de Obama-kaart, overal boven staan en dan samenbinden. Cement zijn voor het nieuwe paars. Vanaf nu draagt hij alleen maar paars stropdassen.
Wordt de uitslag van de verkiezingen van 2010 een van de meest extreme sinds de Tweede Wereldoorlog? Zijn de verschuivingen erg groot? Wordt het parlement sterk gefragmenteerd? Als politicoloog zou ik moeten zeggen dat de verkiezingsuitslag mee valt vanuit historisch perspectief: er is een sterke balans in het partijensysteem en ook eerder was het parlement sterk gefragmenteerd. Echter in een preciezere analyse van de uitslag kunnen we zien dat de samenstelling van de blokken sterk veranderd en dat er nog nooit zo'n grote fragmentatie is geweest zonder dat er samenwerking tussen partijen was.
Politici zijn eigenlijk maar amateurs. Er is geen opleiding tot Tweede Kamerlid of minister. Niemand heeft een diploma nodig om verkozen te worden: de kiezers beslissen uiteindelijk of ze iemand een geschikte vertegenwoordiger vinden. Natuurlijk, partijen kijken naar de kwaliteiten van hun kandidaat-politici. Maar actief zijn in het bedrijfsleven, maatschappelijke organisatie, als ambtenaar of zelfs als politicus op lokaal niveau is geen garantie dat je ook zult slagen als Tweede Kamerlid. Hoewel er veel wordt gesproken over de professionalisering van de politiek, zijn onze volksvertegenwoordiger meestal relatief onervaren.
Het Kamerlidmaatschap wordt steeds meer een carrièrestap in plaats van een roeping. Het is een opstapje naar een ministerschap, staatssecretariaat, lokaal bestuurder of een andere functie binnen of buiten de overheid. Nu is het niet zo slecht dat Tweede Kamerleden geen enorme plucheklevers zijn, maar enige balans tussen doorstroom en ervaring is wel belangrijk. De Kamer vormt immers de tegenmacht tegen regering en ambtenarij; om die controlerende taak uit de voeren is ervaring belangrijk.
‘Meelijwekkend.’ Dat zei Huub Stapel, sinds kort politiek analysator, na het premiersdebat, zondag over ‘de verlosser van de PvdA’. Het woord galmde. Het woord spinde door de ruimte. Ook bij ons thuis. Een dodelijk woord dat als een dolk in je rug voelt. Cohen haperde. Cohen stotterde. Cohen… (ik kon het niet laten om de naam van Wouter te lispelen – Die zal zich verbijten.) En toch. Cohen is Cohen. Dit kon je van tevoren verwachten. Toch? Wat ik het verrassende aan het eerste televisiedebat vond, was Janpeter Balkenende. Die knalde van het scherm af.
| Home |
Cms: Pivotx