Fispr

Spring naar navigatie


Het zuchtende einde

Woensdag 9. Het staat in de agenda met een uitroepteken. Verkiezingen. Ze eindigen met een zucht. Een diepe uitgeputte zucht die uit de tenen komt. We lijken er klaar mee te zijn. Politiek moet weer de vitrine in. Weg d’rmee. We willen de bierblikken openen en op een hoorn blazen alsof we op de Afrikaanse steppe staan. ‘Ut foeballle’ begint. Dus opdonderen, alsjeblieft. 
Politici trekken zich straks weer terug op het pluche. God, wat zullen ze opgelucht zijn als die camera niet meer draait. Bij sommige politici denk ik vaak aan schrijvers die ineens op televisie iets moeten zeggen. Meelijwekkend. Ik zie nog een diep ongelukkige Jeroen Brouwers in een verkreukeld overhemd bij Barend & Van Dorp zitten.

Woensdag 9. Het staat in de agenda met een uitroepteken. Verkiezingen. Ze eindigen met een zucht. Een diepe uitgeputte zucht die uit de tenen komt. We lijken er klaar mee te zijn. Politiek moet weer de vitrine in. Weg d’rmee. We willen de bierblikken openen en op een hoorn blazen alsof we op de Afrikaanse steppe staan. ‘Ut foeballle’ begint. Dus opdonderen, alsjeblieft. Politici trekken zich straks weer terug op het pluche. God, wat zullen ze opgelucht zijn als die camera niet meer draait. Bij sommige politici denk ik vaak aan schrijvers die ineens op televisie iets moeten zeggen. Meelijwekkend. Ik zie nog een diep ongelukkige Jeroen Brouwers in een verkreukeld overhemd bij Barend & Van Dorp zitten.

Zo erg is het met politici niet. Alleen Job Cohen voelde zich af en toe een aap aan een touwtje. Journalisten ruiken dat. Die springen er als een stel vlooien bovenop: ‘Vindt u het nog wel leuk, meneer Cohen?’ zogen ze. Of: ‘het gaat niet zo lekker, hè?’ Vooral dat ‘hè’ sneed door je ziel heen.  
Een ander die ongelukkig oogde, was Geert Wilders. Op een hele andere manier. Hij was gewend om het aapje te spelen waar iedereen naar keek. Hij hoefde de afgelopen jaren zelfs niet eens aanwezig te zijn bij een debat om toch de aandacht op te slurpen. Die tijd is echt voorbij. Hij probeerde het nog wel. Hij beledigde weer alles wat los en vast zit. Maar het haalde weinig uit. Het klonk te vertrouwd. Als een dominee die hel en verdoemenis predikt. Het waren ook niet zijn onderwerpen. Het ging over de Hypotheekrenteaftrek. Over de kostenplaatjes. Dat zijn geen Geerteske onderwerpen. 
Alle andere politici waren wel blij. Het vrolijkst was Jan Peter. Die glimlachte alsof hij continu klaarkwam. Hij verhaalde over zuipen met de Duitse president. Hij flirtte. Hij kirde. Hij wipte op zijn stoel alsof er speed in zijn lichaam zat. ‘Een Zeeuw die tegen de wind in fietst, fietst alleen maar harder.’ Dat herhaalde hij. Soms balde hij zelfs zijn vuist. 
Alexander en Femke voldeden. Die kunnen dat. Debatteren. Lachen. De kiezer over de bol aaien. Maar dat weten we. Het is geen verrassing. En daarom zakten ze weg. Een beetje hetzelfde verhaal als Geert. 
Mark is weer een ander verhaal. Ook zijn kwaliteiten kennen we. Het was vooral de inhoud die het hem deed. Door alle doemverhalen kregen mensen het idee dat er nu echt iets gebeuren moet. Écht snijden. Écht hakken. Dat slaat aan. Eigenlijk was Mark de Rambo van het stel. Of het allemaal effectief is, weten we niet. We weten wel dat het er indrukwekkend uitziet. 
De enige die er deze campagne echt uitsprong, was Emile Roemer. Een blije Brabander. Zo’n knuffelbeer die elk moment om een pot honing kan vragen. Grootste kwaliteit: hij was grappig. En dat vond het journaille zo geweldig dat ze hem op handen droegen. ‘Meneer Roemer, u bent gewoon echt leuk’, kirde Matthijs van Nieuwkerk. ‘Maak nog us een grap!’ Hij hing aan zijn mouw en kwijlde. 
Maar het is nu echt over. Woensdag krijgen ze nog alle aandacht en dan strompelt iedereen terug naar zijn grot. Dan gaan ze rekenen, uitruilen en handjeklappen. Dan horen we de hele zomer helemaal niets. In september staat er dan een nieuwe club politici naast de keunigin op het bordes. Maar dat is nog ver weg. Voorlopig zitten ze op de bank, de politici. Lekker met moeder de vrouw, die zo lief lacht.

Zo erg is het met politici niet. Alleen Job Cohen voelde zich af en toe een aap aan een touwtje. Journalisten ruiken dat. Die springen er als een stel vlooien bovenop: ‘Vindt u het nog wel leuk, meneer Cohen?’ zogen ze. Of: ‘het gaat niet zo lekker, hè?’ Vooral dat ‘hè’ sneed door je ziel heen.  Een ander die ongelukkig oogde, was Geert Wilders. Op een hele andere manier. Hij was gewend om het aapje te spelen waar iedereen naar keek. Hij hoefde de afgelopen jaren zelfs niet eens aanwezig te zijn bij een debat om toch de aandacht op te slurpen. Die tijd is echt voorbij. Hij probeerde het nog wel. Hij beledigde weer alles wat los en vast zit. Maar het haalde weinig uit. Het klonk te vertrouwd. Als een dominee die hel en verdoemenis predikt. Het waren ook niet zijn onderwerpen. Het ging over de Hypotheekrenteaftrek. Over de kostenplaatjes. Dat zijn geen Geerteske onderwerpen. Alle andere politici waren wel blij. Het vrolijkst was Jan Peter. Die glimlachte alsof hij continu klaarkwam. Hij verhaalde over zuipen met de Duitse president. Hij flirtte. Hij kirde. Hij wipte op zijn stoel alsof er speed in zijn lichaam zat. ‘Een Zeeuw die tegen de wind in fietst, fietst alleen maar harder.’ Dat herhaalde hij. Soms balde hij zelfs zijn vuist. 

Alexander en Femke voldeden. Die kunnen dat. Debatteren. Lachen. De kiezer over de bol aaien. Maar dat weten we. Het is geen verrassing. En daarom zakten ze weg. Een beetje hetzelfde verhaal als Geert. 

Mark is weer een ander verhaal. Ook zijn kwaliteiten kennen we. Het was vooral de inhoud die het hem deed. Door alle doemverhalen kregen mensen het idee dat er nu echt iets gebeuren moet. Écht snijden. Écht hakken. Dat slaat aan. Eigenlijk was Mark de Rambo van het stel. Of het allemaal effectief is, weten we niet. We weten wel dat het er indrukwekkend uitziet. 

De enige die er deze campagne echt uitsprong, was Emile Roemer. Een blije Brabander. Zo’n knuffelbeer die elk moment om een pot honing kan vragen. Grootste kwaliteit: hij was grappig. En dat vond het journaille zo geweldig dat ze hem op handen droegen. ‘Meneer Roemer, u bent gewoon echt leuk’, kirde Matthijs van Nieuwkerk. ‘Maak nog us een grap!’ Hij hing aan zijn mouw en kwijlde. Maar het is nu echt over. Woensdag krijgen ze nog alle aandacht en dan strompelt iedereen terug naar zijn grot. Dan gaan ze rekenen, uitruilen en handjeklappen. Dan horen we de hele zomer helemaal niets. In september staat er dan een nieuwe club politici naast de keunigin op het bordes. Maar dat is nog ver weg. Voorlopig zitten ze op de bank, de politici. Lekker met moeder de vrouw, die zo lief lacht.

Foto cc: Meneer de Braker

[ Analyses Tweede Kamer 2010 ] [ door: Marcel Duyvestijn ] [ 7-6-2010 ] [ Geen reacties ]


Geen reacties



  
Persoonlijke info onthouden?:



« 'VVD wint slag om sub… | Home | De grote drie of fris… »


Categorieën

Archieven

Fisprianen

Politieke partijen per gemeente

Over Fispr

RSS Feed alle fisprs

Cms: Pivotx


Top